Rasbeschrijving

 

De Dwergpinscher is een levendige, waakzame, brutale dwerghond. Hij moet vierkant gebouwd zijn en goed gespierd, absoluut niet mager en beslist ook niet dik. Als gladharige dwerg kan dit ras ook door kleinbehuisde mensen gehouden worden. Daarbij komt dat zijn eigenschappen hem nog tot bewaker van huis en hof bestempelen
Dwergpinschers,

grote honden

in een klein lichaam.

 

Onder de voorouders van de Dwergpinscher was zeker ook een klein hondje met bolle schedel en korte beharing. Zo’n soort hondje treft men op diverse oude (15e eeuwse) schilderijen aan. Ook blijkt uit opgravingen dat een dergelijk hondje reeds in, het stenen tijdperk bestond.

De Dwergpinscher dankt zijn ontstaan aan Duitse fokkers. Eeuwenlang had men in West- en Midden-Europa een groep honden die speciaal geschikt was voor het verdelgen van ratten en muizen en tevens als waakhond zijn mannetje stond. Ze werden Rattler of Pinscher genoemd.

Hoewel reeds in de 15e eeuw, wijd verbreid een klein kortharig hondje voor kwam, is de Dwergpinscher in huidige vorm waarschijnlijk ontstaan uit zorgvuldig kruisen van kleine Rattlers met Terriërs en Teckels. De bruine kleur (rehpinscher) zou door kruising met Teckels zijn ontstaan. Chocolate kwam ook voor maar werd pas in 1900 erkend (inmiddels volgens de FCI-standaard weer niet meer toegestaan).

TOTAALBEELD: De rasbeschrijving verlangt een robuuste, levenslustige dwerghond met een schofthoogte van 25 tot 30 cm, die zover mogelijk een verkleinde vorm van de Duitse Middenslag Pinscher moet zijn, echter zonder de tekortkomingen die bij dwergrassen vaak voorkomen.

De Dwergpinscher heeft een zeer kortharige vacht. De kleur is eenkleurig bruin (dat van verschillende bruine nuances tot reerood kan lopen) of zwart-bruin (wordt ook wel black and tan genoemd)

Hoewel klein van stuk is de Dwergpinscher beslist niet klein in karakter. Ze gedragen zich ten opzichte van grote honden als ware ze zelf net zo groot..

De Dwergpinscher is van naturen leergierig en pienter. Het is voor een Dwergpinscher niet belangrijk waar hij mee naar toe moet, of het gehoorzaamheidstraining is, een boswandeling of een tentoonstelling, de Dwergpinscher vind het prima, zolang hij maar bij “zijn mensen” zijn kan.

Zijn grote ideaal is het bewaken van alles wat hij lief heeft, of dat het huis, de auto de kat of de kinderen van het gezin zijn, dat doet er niets toe. Wee de vreemdeling die zonder toestemming te vragen zijn domein betreed.  Indien de Dwergpinscher goed opgevoed is blijft het echter bij waarschuwen en zal hij zodra de baas dat beveelt de vreemdeling toelaten en mogelijk zelfs zeer vriendelijk bejegenen.